6 april 2022

Ik word er altijd blij van, die hommels in het voorjaar. En met het mooie weer van de afgelopen weken lieten de hommelkoninginnen zich weer zien.

Maar waar en hoe leven ze nu eigenlijk?

Als de hommelkoningin, als enige overgebleven, in het vroege voorjaar ontwaakt, gaat ze meteen op zoek naar voedsel. Aanvankelijk eet ze de suikerrijke nectar uit de bloemen om aan te sterken. Daarna vult ze haar dieet aan met eiwitrijk stuifmeel, waardoor haar eitjes zich ontwikkelen.
Na enkele weken gaat ze op zoek naar een geschikte plaats om een kolonie te stichten. De hommelkoningin heeft het afgelopen najaar al gepaard en het zaad de hele winter bij haar gedragen. Afhankelijk van de soort kiest ze een geschikt plekje voor haar nest en gaat ze stuifmeel verzamelen.
Voor de opslag van het verzamelde stuifmeel bouwt ze een potje van was. De was wordt gemaakt door klieren in haar achterlijf. Bovenop dit potje legt ze haar eerste eitjes. Een tweede wassen potje vult ze met nectar, op de dagen met slecht weer leeft zij hier zelf ook van, daarnaast houdt ze haar eitjes warm.

Na ongeveer 10 dagen verpoppen de larven zich, elke larve heeft zijn eigen cocon. Na twee weken komen hommels uit de cocons. Dit zijn allemaal werksters: vrouwtjes die geen eitjes leggen. De koningin verwijdert de was van de larvenwiegjes en maakt hiervan een nieuw potje waarna de cyclus zich herhaalt.

De net uitgekomen werksters verzorgen de eitjes, larven en poppen en verzamelen nectar en stuifmeel. De koningin houdt zich van nu af aan alleen nog maar bezig met het leggen van eitjes en het verzorgen van haar broed.

Hommels zijn zeer goede bestuivers. Vanwege hun omvang en dicht behaard lichaam dragen ze grote hoeveelheden stuifmeel bij bloembezoeken. Daarnaast zijn hommels in staat vastzittend stuifmeel los te rillen, het zogenaamde ‘buzzen‘. Ook zijn ze trouw en bezoeken veelal dezelfde bloemsoort wat de kans op kruisbestuiving vergroot.

Delen:

Landelijke dekking van partners